Heeft iemand mijn fiets gezien?

Wazig kijk ik in het fietsenhok op werk om me heen. “Huh?”, zeg ik hardop. Ik kijk naar links, naar rechts, weer naar links en wandel vervolgens langs de twee rijen fietsen om te kijken of mijn fiets ertussen staat. “Nou jaaaaa, ik ben toch niet gek?” Ik bestudeer alle fietsen aandachtig maar er staat er niet één die op die van mij lijkt.
Inmiddels is er een collega het fietsenhok ingekomen. “Lukt het?”, vraagt hij. “Nou eh eigenlijk niet”, reageer ik verward. “Ik kan mijn fiets nergens vinden.”
“Dat meen je niet? Hoe ziet hij er uit dan?”, vraagt hij weer. “Ja eh blauw met een kinderzitje en zo’n groot stuur. Een mama fiets.” Driftig begint mijn collega mij te helpen met zoeken. “Is het deze?”, vraagt hij. “Nope!”, reageer ik.
“Deze?” “Nee ook niet!”
“Mmm, dat is vreemd!” En je hebt niet toevallig je fietssleutel er in laten zitten en dat je fiets nu gejat is?”
“Nou nee!”, reageer ik overtuigd.
Ik open mijn tas en begin te zoeken naar mijn fietssleutel. Dat is op zich ook geen gek idee.
Ik graai en graai en graai in mijn tas en ineens voel ik een sleutel….een autosleutel! Shit! Mijn hart slaat over. Op dat moment realiseer ik me namelijk dat ik vanmorgen met de auto naar werk ben gekomen. Dit is echt zó dom! Even twijfel ik of ik eerlijk zal zijn tegen mijn collega of dat ik een smoes zal verzinnen en weg zal lopen.
Omdat ik nogal slecht in liegen ben besluit ik om mijn uber domme actie met hem te delen. “Ehmm ik geloof dat ik weet waar mijn fiets is!”, zeg ik met een hoofd vol schaamte. “Ik ehhh geloof dat ie thuis staat!”
“Thuis? Wat bedoel je?”, vraagt mijn collega verward. “Ja ehhmm ik ehhmm, nou ehm…” en in plaats van dat ik mijn zin afmaak, slinger ik met de autosleutel.
“Nee joh!”, zegt hij terwijl hij met zijn hoofd schudt. Ineens begint hij keihard te lachen. “Dit heb ik echt nog NOOIT meegemaakt!” blèrt hij door het fietsenhok.
“Ja best wel dom he?”, zeg ik bescheiden.
“Best wel dom!?”, reageert hij weer. “Ongelooflijk stom zul je bedoelen!” en weer zet hij het op een lachen. Ik lach een beetje schaapachtig mee maar wat mij betreft valt er niks te lachen.
“Zo wat is het hier gezellig!”, zegt collega nummer twee die zojuist het fietsenhok in is gewandeld. “Mag ik ook mee lachen?”, zegt ze. “Nou, we hebben net tien minuten naar haar fiets gezocht en wat denk je!? Ze is met de auto!”, brult hij lachend door het fietsenhok terwijl hij mijn kant op wijst.
“Whaaaaa wat een giller!”, roept de vrouwelijke collega. Terwijl ik als een lulletje toekijk, proesten zij het samen uit.
“Nou ik ga maar naar de auto dan!”, zeg ik.
“Weet je wel zeker dat je met de auto bent en niet met de bus?”, gilt de mannelijke collega terwijl hij nog steeds aan het lachen is. “Of zal ik een taxi voor je bellen ha ha ha!”
“Ja hah-hah, nu weten we het wel!”, zeg ik enigszins beledigd. Ik groet, loop het fietsenhok uit en wandel richting de parkeerplaats.
“Bedankt voor het lachen hé!”, hoor ik mijn collega mij nog na roepen.
Ik kijk niet meer op of om. Sukkels!
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: