Kort verhaal: Lang leve de hulpouders!

“Zijn we er al?”, vraagt één van de kinderen uit de kleuterklas als we in de auto onderweg zijn naar de kinderboerderij. “Nog een klein stukje rijden”, reageer ik.
“Ik moet plassen!”, roept een ander kind.
“Mogen we zo een ijsje?”, vraagt de volgende weer.
“Zullen we eerst eens zorgen dat we op de kinderboerderij zijn? Dan zien we daarna wel verder!”, zeg ik kortaf. Wijs houden de kinderen hun mond. Ik zucht en heb nu alweer spijt dat ik me zo enthousiast heb opgegeven als rij-ouder. En het feest moet nog beginnen…

Terwijl de kinderen op de achterbank elkaar zo ongeveer de hersens inslaan, concentreer ik me op de weg. Ik voel een opluchting als we het bord ‘kinderboerderij’ passeren. “Kijk jongens, daar is het!” en ik wijs in de richting van de boerderij.

“Jeeeee joepie! We zijn er!”, roepen de kinderen enthousiast.
Terwijl de kinderen super druk zijn, probeer ik de auto te parkeren. “Rustig nu! Ik probeer heel even de auto te parkeren oké?”, blèr ik geïrriteerd door de auto.
Als de auto eenmaal staat, draai ik me om in de richting van de achterbank. “Oke, luister goed. Er rijden hier auto’s dus we stappen zo voorzichtig uit en we steken pas de weg over als ik het zeg, oké?” De kinderen knikken.

Iedereen stapt uit, maar nog voor ik kan ingrijpen rent één van ‘mijn’ kinderen de weg op. “HIER KOMEN JIJ!”, gil ik. Ik loop naar het kind en spreek hem gehurkt toe. “Wat had ik nou gezegd? Ik had toch gezegd dat je moest wachten? Je mag niet zomaar de weg op rennen! Dat is hartstikke gevaarlijk!” Het kind lijkt totaal niet onder de indruk en kijkt mij aan alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben.

Ondertussen schieten ook de andere kinderen, inclusief mijn eigen kind, de weg op. “Terug jullie!”, roep ik als een hysterisch hert over de parkeerplaats. “Had ik gezegd dat jullie al mochten oversteken? Allemaal daar wachten en we steken pas over als IK het zeg! En wie er niet luistert, zet ik in de auto! Begrepen?!”
Alle vier kijken ze me geschrokken aan.
“Ja kom maar!”, zeg ik terwijl ik stampend de weg oversteek. De kinderen gehoorzamen.
Eenmaal op de kinderboerderij lijkt alles onder controle. Helaas is dit van korte duur want ineens rennen de kinderen als ongeleide projectielen over het erf van de boerderij. De één wil naar de varkens, de ander naar de kippen en weer een ander naar de geiten. Het lukt mij niet meer om het zooitje bij elkaar te houden. Ik geef het op en zie wel wie er mee terug rijdt.

Met het zweet op mijn voorhoofd staar ik uitgeput naar de varkens.
“Gezellig hé?”, zegt één van de andere hulp ouders irritant relaxed tegen mij. “Ja heel gezellig!”, lieg ik.

Inmiddels zijn alle vier de kinderen uit mijn groepje de speeltuin ingedoken. Ik vind het helemaal prima en plof neer op een bankje. Voor het eerst deze middag voelt het alsof ik de controle heb. De kinderen hebben lol en ik heb overzicht, eindelijk!
Ongeveer een half uur later kondigt de juf aan dat het tijd is om naar huis te gaan.
Ik roep de kinderen bij elkaar en maak nog net geen vreugdedansje.
“Leuk hé”, zegt de juf die inmiddels mijn kant op is gewandeld. “Vind je het niet enig al die dieren?”
“Ehm…dieren?”, reageer ik verward…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: